
Geschreven door: Robbert Huijsman op 27 september 2012
Leven in vrijheid is al langer een thema binnen de ouderenzorg, met name binnen de instellingen voor verzorging en verpleging . Eigenlijk gaat het thema vooral over leven in onvrijheid, door vrijheidsbeperkende maatregelen, Zweedse banden, vastgezette rolstoelen, dwingende huisregels die de het ritme van de dag bepalen, van opstaan tot slapen gaan. Wie op internet zoekt op de combinatie van leven en vrijheid, ontkomt niet aan allerlei spiritueel getinte websites, gericht op innerlijke vrede, zelfrealisatie, terug naar de bron enzovoorts.
Die kant ligt mij persoonlijk wat minder en wil ik ook niet opgaan. Voor mij staat leven in vrijheid binnen de ouderenzorg voor menselijke waardigheid. Het is al een sleutelbegrip sinds het Handvest van de Verenigde Naties uit 1945 en later vastgelegd als grondrecht in de Universele verklaring van de rechten van de mens uit 1948. De Preambule (inleiding) van de Universele Verklaring zet de overwegingen achter de verklaring uiteen: ‘Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld; Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan ...’. Vervolgens roept de Preambule op tot een aantal handelingsprincipes, ‘opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap er naar zal streven ... de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen’.
In zijn boek “In defense of human rights” laat Micheal Greaney zien dat menselijke waardigheid in verschillende betekenissen wordt gebruikt, namelijk als mensenrecht, als menselijkheid, menselijke ontwikkeling, menselijke veiligheid, en als respect jegens zorgbehoevenden en patiënten. In de laatste betekenis richt zich ook de discussie over vrijheid en vrijheidsbeperking in verzorgings- en verpleeghuizen. Hoe kan ieder individu en elk onderdeel van zo’n organisatie er voortdurend naar blijven streven dat de menselijke waardigheid wordt gegarandeerd? Menselijke waardigheid is de innerlijke en geboden vrijheid om te kunnen (en mogen) denken, bepalen, kiezen en handelen volgens eigen wensen en intenties, bij alles wat je overkomt. Ook als het lijf en de geest van de mens het langzaam laten afweten door verval en er zelfs decorumverlies ontstaat. Interessant genoeg heeft de Nederlands (grond)wet geen plaats ingeruimd voor de menselijke waardigheid, waar dat in andere landen juist wel is gebeurd. Zo is in 1998 in Engeland de Human Right Act (Mensenrechtenwet) juist gericht op kwesties als medische ethiek, bescherming van privacy in instituten als gevangenissen, ziekenhuizen en instellingen voor ouderen- en gehandicaptenzorg. Dan gaat het niet alleen om de elementaire levensbehoeften die Maslov al onderscheidde, zoals voeding, lichamelijke veiligheid, zekerheid, en sociaal contact. Als die vervuld zijn, dan dienen vervolgens ook de geestelijke vrijheid en zelfverwerkelijking tot hun recht te komen als eveneens fundamentele levensbehoeften. Ook in instituten.
In de praktijk komt vrijheidsbeperking echter nog veel voor, in allerlei varianten.
Het gaat daarbij niet alleen om alle (fysieke) maatregelen die de bewegingsvrijheid van mensen beperken, zoals de toepassing van bedhekken, heupgordels (zoals de Zweedse band), stoelplanken, rolstoelen op de rem, diepe stoelen en infrarood waarschuwingssystemen. Denk daarnaast ook aan ook kalmerende medicatie als een (niet fysieke) maatregel, maar ook aan verbaal geweld en psychische onderdrukking. Uit allerlei onderzoek komt steeds weer naar voren dat vrijheidsbeperking niet zozeer ontstaat door schaarste aan personeel of bezuinigingsdruk. Het is niet de kwantiteit maar de kwaliteit van medewerkers die het verschil maakt. Goede opleiding, training in andere manieren om bewoners tot rust te laten komen en directe feedback op het eigen gedrag tijdens de zorgverlening. Het moet ook de leiding van de organisatie ernst zijn. Non-fixatiebeleid of bandenloze zorg moet de norm zijn, zeiden landelijke organisaties van cliënten, zorgaanbieders en de gezondheidsinspectie al tegen elkaar in 2008. Ban de band, werd het motto. Eigenlijk is maar één manier echt effectief: de directies van alle instellingen moeten per direct een verbod uitvaardigen tegen alle vrijheidsbeperkende maatregelen. Bij afdelingen of instellingen waar dat niet lukt, dient het afdelingshoofd of de directie uit zijn functie gezet te worden.
Robbert Huijsman is senior manager Kwaliteit en Innovatie bij de divisie Zorg & Gezondheid van Achmea en verbonden aan het Instituut beleid & Management Gezondheidszorg (Erasmus Universiteit)

Blogauteur: Robbert Huijsman
Blogt sinds: 2011-09-29
Aantal blogs: 4
over meerdere regels
met 's en Eé ë en ö