
Vormen en instellingen Geestelijke Gezondheidszorg
Op deze pagina vindt u kort beschreven:
- Vormen van geestelijke gezondheidszorg
- De wijze waarop de geestelijke gezondheidszorg is georganiseerd
- Geestelijke gezondheidszorg en medezeggenschap
|
Onderscheid |
Uitleg |
|---|---|
|
Klinisch / ambulant |
Klinisch komt van het Grieks en betekent 'betrekking hebbend op een bed'. In de klinische GGz zijn de mensen opgenomen in een instelling. Het woord ambulant komt uit het Latijn en betekent ‘in staat (zijn) om te lopen’. Bij de ambulante GGz wonen cliënten zelfstandig. |
|
Kortdurend / langdurend |
Kortdurend is de zorg korter dan een jaar. Deze kan zowel ambulant als klinisch zijn. |
| Behandeling / begeleiding | Is de zorg gericht op genezing of op zo optimaal mogelijk leven met de klachten? |
| Doelgroep | Bijvoorbeeld kinderen, volwassenen, ouderen, verslaafden |
Zo was het
Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw was de GGz vrij overzichtelijk.
Er waren:
- Algemeen psychiatrische ziekenhuizen (APZ) met acute opname, vervolgbehandeling, verblijf met begeleiding;
- Regionale instellingen ambulante geestelijke gezondheidszorg (RIAGG) met kortdurende (psychotherapie) en langurende (medicatie-onderhoud) zorg;
- Regionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW) met verblijf met begeleiding;
- Instellingen voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie (KJP).
- De functies Dagbesteding en Arbeid konden ondergebracht zijn in het APZ of in de RIBW.
De meeste APZ-en, Riaggs en RIBW-en zijn inmiddels regionaal met elkaar gefuseerd. Zo had bijvoorbeeld de provincie Friesland nog maar één instelling voor geestelijke gezondheidszorg.
Ook wilde eenzelfde soort instelling nog weleens fuseren.
Zo is het nu
De fusie-organisaties kennen twee organisatievormen:
- Eén gebaseerd op een lokatiegebonden indeling, waarbij vanuit lokaties alle zorg wordt geboden en een indeling op basis van doelgroep. Zo is er de kortdurende en langdurende volwassenzorg, de kinder- en jeugdpsychiatrie, de ouderenpsychiatrie en de forensische psychiatrie.
- Begin deze eeuw volgde een tweede fusiegolf. Instellingen fuseerden over regio's heen en in mindere mate over sektoren heen. Bijvoorbeeld GGz met verpleging en verzorging of een RIBW met de Vrouwenopvang.
De afgelopen jaren zien we ook dat er geleidelijk aan min of meer commerciële initiatieven ontstaan. Deze richten zich vaak op een bepaald deel van de markt.
Medezeggenschap
Al in 1981 is de eerste patiëntenraad ontstaan, ver voor de invoering van de Wet medezeggenschap cliëntenraden. In de GGz hebben van oudsher cliënten en ex-cliënten zitting in de cliëntenraad. Familie in de cliëntenraad kom je alleen tegen bij de ouder- en de kinder- en jeugdpsychiatrie.
Naast de patiëntenraad kenden veel APZ-en een aparte familieraad die de belangen van de familie behartigden.
Kleine GGz-instellingen kennen meestal één cliëntenraad.
In grote organisaties
Er zijn veel grote instellingen, ook wel GGz-concerns genoemd. Deze hebben over het algemeen een getrapt medezeggenschapsmodel. Dit houdt in dat er op lokatie-, divisie/circuitniveau een de cliëntenraad is. Op het niveau van de raad van bestuur is er een centrale cliëntenraad.
Er zijn enkele cliëntenraden die er na een fusie voor gekozen hebben één cliëntenraad voor het geheel in te stellen met een aparte beleidstak (adviseren) en een aparte praktijktak (onderzoeken/achterbancontact).
