
Prestatie-indicatoren in de geestelijke gezondheidszorg
en verslavingszorg
In de sectoren geestelijke gezondheidszorg (GGz) en verslavingszorg (Vz) is een nieuw meetinstrument ontwikkeld om de kwaliteit van zorg te toetsen. Instellingen moeten rapporteren over kwaliteit op basis van deze indicatoren oftewel normen. Met de Basisset prestatie-indicatoren hebben instellingen handvatten om zich extern te verantwoorden en intern tot kwaliteitsverbetering te komen.
De prestatie-indicatoren hebben betrekking op de effectiviteit, de veiligheid en de cliëntgerichtheid van zorg. De indicatoren worden gespecificeerd naar diagnosegroep vanwege de bruikbaarheid voor cliënten, inspectie, zorgverzekeraars en overheid.
Een indicator is geen minimumnorm en zegt niet wat goede zorg is. Door de instellingen te vergelijken, wil men tot best practices komen. Alleen op het punt van veiligheid worden absolute normen gesteld.
Het aantal indicatoren (28) is definitief, maar de indicatoren zelf niet. Het is de bedoeling dat de indicatoren geleidelijk aan in gebruik genomen worden en dat het toepassen leidt tot verdere ontwikkeling en verbetering. Op dit moment zijn er zeventien geheel of gedeeltelijk ingevoerd.
Nog niet ingevoerde prestatie-indicatoren
Zowel op het gebied van effectiviteit als op de onderdelen veiligheid en cliëntgerichtheid van zorg zijn nog niet alle indicatoren vastgesteld. Sommige zijn zelfs nog niet ontwikkeld. Zorgwekkend is dat met name op het gebied van de veiligheid van zorg de indicatoren op zich laten wachten. Hierbij gaat het enerzijds over het gecombineerd gebruik en de bijwerkingen van medicatie en anderzijds over dwang en incidenten in de zorg. Daarbij is dwang beperkt tot het aantal separaties en in hoeverre de separatie achteraf door de cliënt gebillijkt wordt. Beter zou het zijn om alle vormen van dwang te registreren.
Cliëntenraden en de prestatie-indicatoren
Hoewel nog onvolledig, zijn de indicatoren een nuttig instrument voor cliëntenraden. Zij bieden cliëntenraden een hulpmiddel om richting te geven aan het werk.
Soms ziet de cliëntenraad dat bepaalde dingen beter kunnen, maar is het lastig om die aan te kaarten of te onderbouwen bij de zorgaanbieder. Zo geven cliënten vaak te kennen dat zij zich niet goed bejegend voelen. Voorbeelden hiervan zijn dat cliënten zich vaak in een bepaalde richting gedwongen voelen qua behandeling of medicatie. Ook komt het voor dat medewerkers wel elkaar groeten, maar niet de cliënten. Wat kan een cliëntenraad hiermee? Het is informatie uit de tweede hand; de raad is er immers niet bij. Hoe kaart je zoiets aan bij de zorgaanbieder zonder ‘bewijzen’?
Eén van de criteria in de basisset is dat hulpverleners voldoende respect tonen voor en voldoende geïnteresseerd zijn in de cliënt. Met de invoering van de landelijke prestatie-indicatoren en de verplichte publicatie van de uitkomsten komt een onderwerp zoals bejegening als het goed is automatisch aan de orde in het overleg met de zorgaanbieder. Wanneer dit niet het geval is, doet de cliëntenraad er goed aan de prestatie-indicatoren en het jaardocument zelf op de agenda te zetten.
Meer informatie
- Download de handreiking: Wat kun je met de prestatie-indicatoren? van het Landelijk Platform GGz.
|
Indicatoren |
|---|
Effectieve zorg
Verandering in de ernst van de klachten Verandering in dagelijks functioneren Heropnames versus duur opnames Beëindiging behandeling door cliënt (drop out genoemd) Somatische screening
Bereik zorgwekkende zorgmijders Continuïteit bij verandering van zorg Tijdig contact na ontslag uit kliniek ilige zorgZorginhoudelijke veiligheid Registreren ontbreken informatie bij spoedopnames
Aantal suïcides gerelateerd aan instellingsgrootte Cliëntgerichte zorg
|
