
De zorgaanbieder informeert de cliëntenraad onvoldoende. Stukken die de raad ontvangt zijn te laat, onvolledig of onbegrijpelijk. En soms blijkt dat informatie helemaal niet bij de raad terecht komt. Wat kan de cliëntenraad in zo’n geval doen?
De zorgaanbieder heeft volgens de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen de plicht om de cliëntenraad alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die voor de raad (en de cliënten) van belang zijn. De raad moet de informatie tijdig ontvangen en goed kunnen begrijpen, zodat hij zich een mening kan vormen. Daarnaast bepaalt de wet dat de cliëntenraad ten minste eenmaal per jaar mondeling of schriftelijk de algemene gegevens moet krijgen over het gevoerde en nog te voeren beleid. Tenslotte staat in de wet dat bepaalde stukken voor alle cliënten ter inzage moeten liggen.
Wanneer de cliëntenraad ontevreden is over de informatieverschaffing, is het verstandig om met de zorgaanbieder in gesprek te gaan. Daarvoor is de ‘voorbeeld gedragscode cliëntenmedezeggenschap’ een goed uitgangspunt. In de gedragscode is een aantal zaken verder uitgewerkt dan in de wet. Het belangrijkste is niet dat raad en zorgaanbieder precies deze tekst volgen, maar vooral dat zij afspraken maken over hoe zij elkaar over en weer informeren. De gedragscode biedt ook de mogelijkheid om elkaar te kunnen aanspreken op gedrag en activiteiten.
Niet alleen de zorgaanbieder heeft informatieplicht. Ook de cliëntenraad moet zich op een bepaalde manier gedragen om de medezeggenschap goed te laten verlopen. Daarom staan er in de gedragscode ook gedragsregels voor de cliëntenraad ten opzichte van de cliënten . Die helpen de raad om cliënten te betrekken bij zijn werk. Want uiteindelijk zijn alle inspanningen gericht op een goede kwaliteit van zorg voor de cliënten.