
De cliëntenraad heeft adviesbevoegdheid bij besluiten die de zorgaanbieder wil nemen. De Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen (Wmcz) geeft aan welke onderwerpen dat betreft. Daarbij moet het gaan over besluiten die gevolgen hebben voor de zorg- en dienstverlening aan de cliënten. Soms is dat direct duidelijk bijvoorbeeld als de directie de huisregels wil wijzigen, een nieuwe locatie wil bouwen of het diensten- of zorgaanbod wil wijzigen. Maar wat is de bevoegdheid van de cliëntenraad als de directie een fusie wil afblazen of een ruimte van het verzorgingshuis aan buitenstaanders wil verhuren? En heeft de raad adviesrecht als een locatiemanager wordt ontslagen? Hoe voorkom je dat de directie zonder de cliëntenraad te raadplegen z’n gang gaat of, het andere uiterste, de cliëntenraad over alles iets te zeggen wil hebben?
Om te kunnen bepalen of adviesrecht aan de orde is, helpt het om de volgende vragen te stellen:
Vervolgens is er de vraag of de cliëntenraad van zijn adviesbevoegdheid gebruik wil maken. Immers, de wet geeft de raad wel bevoegdheden, maar de cliëntenraad is niet verplicht om die te gebruiken. Aan de andere wordt de raad wel geacht de gemeenschappelijke belangen van cliënten te behartigen en zo een bijdrage te leveren aan de kwaliteit. Een goede afweging is dus op z’n plaats.
Als de raad besluit om (verzwaard) advies uit te brengen dan dient hij dit te doen volgens de procedure die is vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst tussen cliëntenraad en zorgaanbieder.
Wanneer cliëntenraad en zorgaanbieder van mening verschillen of (verzwaard) adviesrecht aan de orde is, dan kunnen zij dat voorleggen aan de (Landelijke) Commissie van Vertrouwenslieden. De uitspraken van de commissie helpen bij de vertaling van de Wmcz in de praktijk en zorgen in dit kader voor het ontstaan van jurisprudentie waar cliëntenraden en zorgaanbieders hun voordeel mee kunnen doen.